07/08/2026
In augustus neem ik jullie mee naar bestemmingen buiten Nederland. Onder de noemer 31 bankjes, 31 verhalen deel ik elke dag een nieuwe post, telkens van een andere plek.
7 - Versailles, Frankrijk
Versailles ligt net buiten Parijs en is een van de bekendste paleiscomplexen ter wereld. Het staat sinds 1979 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst en was eeuwenlang het kloppend hart van de Franse macht.
Mijn bezoek begon in het paleis zelf, gebouwd in de 17e eeuw onder Lodewijk XIV, de “Zonnekoning”. Alles draait hier om grandeur en indruk maken, met als absoluut hoogtepunt de beroemde Spiegelzaal. Verbluffend mooi, maar ook verbluffend druk.
Voor mij lag het echte hoogtepunt buiten.
De tuinen, ontworpen door André Le Nôtre, zijn een schoolvoorbeeld van de Franse formele stijl: strak, symmetrisch en eindeloos uitgestrekt. Rechte lanen, geometrische parterres, fonteinen en beelden die precies zijn uitgelijnd op het paleis. Alles is hier ontworpen om de macht en orde van de koning te weerspiegelen. Hoe verder je van het paleis vandaan loopt, hoe rustiger en groener het wordt, tot de strakke symmetrie langzaam plaatsmaakt voor iets zachters.
Dat is ook te zien bij het Petit Trianon en het Hameau de la Reine, het privéverblijf en het “dorpje” van Marie-Antoinette. Ze liet dit stukje aanleggen als ontsnapping aan het strenge hofleven, ver weg van de symmetrie en het protocol van het grote paleis.
Het Petit Trianon is klein en verrassend ingetogen voor een koninklijk verblijf, met Engelse landschapstuinen eromheen die juist bewust ongeordend aandoen. En dan het Hameau de la Reine: een nagebootst boerendorpje met rieten daken, een meertje en tuintjes vol bloemen. Ik waande me er even helemaal niet in Frankrijk, maar in het Engelse platteland.
Klein, rustig en bijna sprookjesachtig - en voor mij, zonder twijfel, het mooiste deel van Versailles.