26/05/2026
10 juni 1944 Oradour-sur-Glane
Gebaseerd op het verhaal van Robert Hébras
Dit album bevat zelfgemaakte foto’s, gemaakt tijdens mijn bezoek aan Oradour-sur-Glane.
De zwart-witfoto’s en het historische verhaal komen uit een boek dat ik zelf heb gekocht:
10 juni 1944 Oradour-sur-Glane, Het drama uur per uur van Robert Hébras.
Dit gedicht is geschreven als eerbetoon aan de slachtoffers, de overlevenden en de geschiedenis die nooit vergeten mag worden.
🪽🤍🪽
Een dorp dat wakker werd in vrede, en eindigde in stilte het verhaal van Oradour-sur-Glane:
De zon hing warm boven Oradour,
de zaterdag leek zacht en stil.
Kinderen liepen door de straten,
een bakker haalde taarten uit zijn oven,
mannen spraken over voetbal,
en niemand wist
dat de klok al richting de hel tikte.
Rond twee uur kwamen ze binnen.
Motoren. Laarzen. Stof.
SS-soldaten vulden de wegen
alsof de oorlog zelf het dorp was binnengereden.
“Alle inwoners verzamelen
op het Champ de Foire.”
Niemand begreep waarom.
Moeders namen haastig hun kinderen mee,
mannen trokken hun jassen recht,
sommigen lachten nog onzeker,
anderen fluisterden
dat het vast een controle was.
Op het plein groeide de menigte.
Mensen uit Oradour.
Vluchtelingen uit Charly.
Schoolkinderen. Oude mensen.
Baby’s in armen gedragen.
Machinegeweren stonden opgesteld,
maar zelfs toen
dachten velen nog:
dit loopt wel goed af.
Om drie uur
scheidden ze de mannen van de vrouwen.
Een moeder glimlachte naar haar zoon
met ogen vol angst.
Niemand wist
dat het de laatste blik zou zijn.
De vrouwen en kinderen
werden naar de kerk gebracht.
De mannen naar schuren en garages.
Robert Hébras liep met anderen
naar de schuur van Laudy.
Ze praatten nog zachtjes over morgen,
over voetbal,
over de landing van de geallieerden.
Soldaten plaatsten machinegeweren
bij de ingang.
Toen begon het wachten.
De warmte werd zwaar.
De stilte vreemd.
Niemand durfde de waarheid te denken.
Om vier uur
klonk een explosie.
Een seconde later
openden de machinegeweren het vuur.
Mannen vielen neer
tussen hooi, stof en bloed.
Kreten vulden de schuur.
Lichamen stortten over elkaar.
Wie nog leefde
kreeg genadeschoten.
Daarna sleepten de soldaten hooi naar binnen.
Takken. Brandstof.
Ze staken de schuur in brand
alsof mensen slechts afval waren.
Robert lag stil tussen de doden,
gewond,
verstopt onder lichamen van vrienden.
De hitte vrat aan de muren.
De lucht werd zwart van rook.
Mannen schreeuwden om water,
om hun moeder,
om God.
Toch leefden vijf mannen nog.
Door vuur en puin
zochten ze een uitweg.
Steen voor steen
werd een g*t gemaakt.
Ze kropen door rook en vlammen,
langs wachters en geweerschoten,
langs konijnenhokken en muren,
tot de avond hen eindelijk verstopte.
Maar in de kerk
was de horror nog niet voorbij.
Vrouwen en kinderen
stonden opeengepakt in rook en paniek
toen de soldaten een kist binnenbrachten
waar lonten uit hingen.
De explosie vulde het gebouw met vuur.
Mensen stikten.
Kinderen huilden.
Moeders probeerden lichamen te beschermen
met hun eigen armen.
Wie naar ramen vluchtte
werd neergeschoten.
Slechts één vrouw ontsnapte:
mevrouw Rouffanche.
Zij sprong uit een raam
tussen rook en kogels
en verborg zich tussen erwtenplanten
terwijl achter haar
de kerk brandde als een graf.
Tegen de avond
brandde heel Oradour.
Huizen werden geplunderd.
Dieren dwaalden alleen door de straten.
Trams kwamen aan
zonder te weten
dat het dorp al gestorven was.
642 mensen verdwenen die dag.
642 stemmen.
642 levens.
Kinderen nog geen week oud.
Families uitgewist
tussen stenen en as.
En daarna?
De wereld vierde de bevrijding.
Normandië. Overwinning. Hoop.
Maar Oradour bleef achter
als een verbrande wond
die niemand meer kon herstellen.
De ruïnes bleven staan.
De klokken zwegen.
Auto’s roestten weg tussen kapotte muren.
En Robert Hébras bleef leven.
Niet om te vergeten,
maar om te vertellen.
Uur per uur.
Naam na naam.
Tot de wereld begrijpt
waartoe haat in staat is.
En wanneer de wind
door de lege straten van Oradour waait,
lijkt het soms
alsof de stemmen nog fluisteren:
Vergeet ons niet🪽🌸🤍