18/07/2026
Hallo mevrouw,
U weet het niet, maar ik geloof dat ik een beetje van u houd. Ik zit rechts achter u in de trein.
Het eerste wat ik van u zie zijn uw voeten. Ze staan op ‘t Friesch Dagblad, midden op de blauwe bank. U draagt pantykousjes in open schoenen.
Mijn hoofd begint meteen verhalen te maken. Gedachten over keurigheid en baldadigheid botsen met elkaar. Misschien is het juist in die botsing dat iets moois ontstaat.
Of misschien zegt het alleen maar dat u pantykousjes draagt en uw voeten op een bank legt. Misschien hoeft het helemaal niets te betekenen. Dat vind ik eigenlijk ook mooi.
Buiten schieten twee hazen door het gras. Ik zie ze. Even draait u uw hoofd. U ziet ze ook.
Een paar minuten later staan er zeven ooievaars in een vers groen weiland. Ook nu kijkt u. We delen hetzelfde raam, zonder elkaar ooit aan te kijken.
Ik weet niets van u. Ik weet alleen dat u uw voeten op een treinbank legt en naar hazen kijkt. Het is weinig om iemand op lief te hebben.
En toch voelt het als genoeg ❤️