11/08/2026
In mei van dit jaar plaatste ik een interview van de Veense Maar van Wijk op mijn website. Een stukje van zijn verhaal is in juni in het Reformatorisch Dagblad geplaatst. Inmiddels heb ik dit verhaal uitgebreid met wat extra beeldmateriaal, waaronder een luchtfoto. Sinds enkele weken ben ik in het bezit van een drone en ik wilde dit verhaal graag aanvullen met een foto van alle vier de huizen...
Lees het hele verhaal op:
www.mirandatimmerfotografie.nl/2026/08/06/over-de-tweede-wereldoorlog-vier-huizen-in-de-wielstraat
Oorlogsmuseum Altena
Vier huizen in de Wielstraat
“Bij ons in de Wielstraat waren er in de jaren ’30 links twee huizen en rechts twee huizen gebouwd. Wij woonden aan de rechterkant, maar er stonden vier huizen. Dus de oorlog die was afgelopen en Veen was best wel rijk aan foute, verkeerde mensen, NSB’ers. En van die vier huizen was er maar één die geen NSB’er was. En dat was mijn vader. En toen was de oorlog afgelopen en toen kwam er een vrachtauto, die komt NSB’ers opladen. Maar ik wist nog niet zo goed wat dat allemaal inhield. Er lag een stukje land naast ons huis en daar was mijn vader bezig en ik was hem aan het helpen daarzo. En daar stopt dan die legerwagen. Daar zat iemand op, op het spatbord met een geweer in de aanslag. Dat was de Schimmel, dat was een verzetsstrijder, want die kwamen toen omhoog natuurlijk hè. Die ging eerst naar onze buurman toe en die moest in de wagen gaan zitten. Toen gingen ze naar het huis tegenover. En die man die had wel mensen verraden, dus die had wel meegewerkt met de NSB’ers, maar die had zich niet in laten schrijven. Dus die docht, hij was al lang de bogaard achter z’n huis in gevlucht, en die docht mij zullen ze wel overslaan, maar ze sloegen hem niet over. Want Wim de Schimmel, die wist precies wat er aan de hand was. Ze gingen de bogaard in met een stel soldaten, Wim van der Velde met geweer, en toen vonden ze hem in de bogaard. En hij moest in de auto geladen worden. En toen gingen ze bij onze buurman ertegenover, Arie den Dekker, daar gingen ze ook naartoe en die moest ook afgevoerd worden. En toen zeg ik tegen mijn vader: “Zie de dat nou nie!? Ze laaien ze allemaal op! Ge zijt zo aan de b***t, ziet dat ge wegkomt!” En mijn vader zegt: “Mijn hoeven ze niet, ik heb geen fouten gemaakt, mijn nemen ze niet mee.”