24/04/2024
Onder de vleugels van 'Geworteld in Gorcum' een initiatief van de Spreekkamer van de Stad, was gisteren de aftrap van het fotoproject onder de titel "GRENZELOZE LIEFDE”
Hier een van de eerste portretten met een prachtig verhaal op een wel heel bekende ontmoetingsplek in het Gorcumse ! Onderin het bijzondere verhaal bij het portret waarbij Salvatore Carnemolla Ballotta, een Siciliaans gastarbeider vanuit een achterbuurt in Syracuse, Sicilië die naar Gorcum kwam en verliefd werd op een mooi Holland meisje. En zie wat er van gekomen is !
Dit smaakt natuurlijk naar MEER ! Daarom zijn we ernstig op zoek naar levensverhalen van Gorcumse gastarbeiders uit de jaren ’60, ’70 en ’80 en de daaropvolgende generaties rond het thema van de liefde. Marcel Klijn zet het verhaal op papier en ik mag op de welbekende knop drukken.
In woord en beeld willen we met deze verhalen allereerst de mensen eren die huis en haard verlieten om hier fabriekswerk te verrichten. Daarnaast willen we het soms negatieve beeld relativeren over migratie en integratie door het in een ander licht te plaatsen.
De integratie van de eerste generatie verliep daarbij niet altijd vlekkeloos en de gevolgen zijn tot op de dag van vandaag nog steeds merkbaar tot in de derde of vierde generatie die inmiddels wel ‘geworteld’ is in onze stad. Met respect voor elkaar willen we aandacht geven aan het integratieproces van deze mensen die vanuit een heel andere cultuur een Gorcumse liefdesrelatie zijn aangegaan.
Meedoen? Graag een telefoontje naar 06-10457240 Deelname is (uiteraard gratis) voor het goede doel.
Welkom bij de IJsfee ! ooit ijssalon Busato waar veel Italiaanse, Griekse, Turkse en Marokkaanse gastarbeiders elkaar ontmoeten en ook de linkse elite uit Gorcum, kunstenaars en dergelijke, aanschoof. Eén van de gasten was Salvatore Carnemolla Ballotta, een Siciliaans gastarbeider vanuit een achterbuurt in Syracuse, Sicilië. De zaak is inmiddels eigendom van zijn kleindochter Felicia Ederzeel.
We ontmoetten Mariëlla: “Mijn vader Salvatore kwam voor zijn dagelijkse espresso bij Busato. Hij had hier zelfs zijn eigen kopje. Hij nam mij als baby al mee hiernaartoe. Hoe bijzonder is het dan ook dat nu onze dochter op deze plek haar zaak heeft.” Terwijl op de achtergrond de geelrode ‘Bannera dâ Sicilia’, de streekvlag van het Italiaanse eiland, wappert, vertelt Mariëlla verder over haar inmiddels overleden vader: “Mijn vader was gevlucht voor de militaire dienst naar Duitsland waar hij dacht in een chocoladefabriek te gaan werken, maar daar aangekomen bleek het een baan in de metaalindustrie. Omdat er te weinig werk was kwam hij in 1963 naar Gorcum om als lasser te gaan werken bij De Vries Robbé. Hier was werk in overvloed. Pa was best een geliefd persoon in Gorcum. Hij hield ook wel van een feestje. Zo ontmoette hij mijn moeder Rika van Soelen uit Leerdam op de kermis in Gorcum toen ze nog maar 16 jaar was. Hoe het precies is verlopen weet ik niet, maar hij kwam als kostganger in huis bij mijn opa, de vader van Rika, die ook bij De Vries Robbé werkte. Mijn ouders trouwden in 1964 en vier jaar later werd ik geboren. Het huwelijk heeft geen stand gehouden. Mijn moeder was een knappe vrouw, een flirt die met haar blonde haar en minirokjes veel van mannelijke aandacht hield. Iets te veel, waardoor hun huwelijk toen ik vijf jaar was eindigde in een scheiding. Dat werd nog een heel drama, want omdat mijn vader me niet meer mocht zien heeft hij me nog ontvoerd naar Italië en bij familie in Milaan gebracht. Ik heb daar nauwelijks nog herinnering aan, maar het heeft ook niet lang geduurd want mijn moeder had daar lucht van gekregen en heeft me met de trein weer teruggehaald naar Nederland. We hebben toen nog een tijd in Tilburg gewoond, maar konden daar niet aarden en zijn weer teruggekeerd naar Gorcum. Mijn vader is opnieuw getrouwd met Lucia, waardoor ik nog een stiefzus heb en twee halfzussen. Uiteindelijk was ik doordeweeks bij mijn moeder en in de weekenden bij mijn vader en elk jaar ging ik met hem zes weken op vakantie naar Sicilië, naar oma. Die ritten naar Sicilië herinner ik me nog goed. De auto rook naar zware s**g en mijn vader had altijd één bruine arm, die tijdens de rit uit het raam van de portier hing. Daar aangekomen kookte oma altijd voor de hele groep en aten we buiten aan lange tafels. Je snapt mijn liefde voor het eiland. Het voelt als thuiskomen. Ik voel me echt Italiaans.”
En hoe is het jou vergaan in de liefde? “Toen er kermis was in Gorcum ging ik op kroegentocht met mijn moeder en kwamen we terecht bij café Adriaan van Ooyen op de Langedijk. Ja, grappig dat het ook tijdens een kermis was bedenk ik me nu. Daar speelde een band op het biljart. Er was een jongen die mij probeerde te versieren, maar daar was ik niet van gediend dus ik vroeg de gitarist van de band, René Ederzeel, die ik kende mij te ‘bevrijden’. We zijn die avond samen een rondje door de stad gaan lopen en René nodigde me uit om de volgende week thee te komen drinken bij hem thuis in de Westwagenstraat boven de dierenwinkel De Bommel (nu Olala Chocola). Lang verhaal kort, ik ben eigenlijk niet meer weggegaan en bij René gaan wonen. Ik vond de binnenstad zo gezellig.”
Mariëlla vertelt dat ze beiden al een partner hadden, maar toch voor elkaar hebben gekozen. René, een vrije jongen die werkte in het Rotterdamse Parkzicht en als surfleraar en muzikant, was nota bene eerder al voor de liefde van Rotterdam naar Gorcum gekomen. Toen ze gingen samenwonen namen ze eerst drie Briards, Franse langharige herdershonden, om te oefenen. Later werd hun dochter Felicia geboren en twee jaar later hun zoon Cedric. René, die zijn vader nooit heeft gekend, werd met open armen ontvangen in de familie door Salvatore.
René: “Het waren 15 bewogen jaren toen we samenwoonden. Getrouwd zijn we nooit. We zijn een familie van onrust en willen duizend en één dingen tegelijk doen. Beiden hielden we van onze vrijheid en beiden hebben we een wild karakter. Al haar Siciliaanse energie zit in haar temperamentvolle karakter en helaas en niet in de pan. Ik kook. Dat is maar goed ook, want als zij kookt gaat de keuken in de fik omdat ze ooit een frituurpan met stekker en al op het gasfornuis zette. Of ze gebruikt behangplaksel in plaats van meel. Ik verzin dit niet. We zitten nooit op één lijn. We provoceren elkaar en hebben woorden over niets. Zij het discomeisje, ik de hippiejongen. We kunnen niet met en niet zonder elkaar. We hadden stomme ruzies; oorlog in de auto. Mariëlla kan heel onrustig en driftig zijn. Achteraf goedmaken hoeft niet, want onze ruzies gingen in feite nergens over. Ook al wonen we niet meer samen, er hoort niemand anders tussen ons. Een nieuwe vriendin voelt als verraad. Wij zijn familie en familie is alles! Toen de moeder van Mariëlla overleed ben ik vanzelfsprekend een halfjaar bij haar gaan wonen.”
René vertelt dat de Gorcumse Mariëlla alleen op Sicilië verandert. Daar komt ze tot rust. Ook dochter Felicia, die nonno - haar opa Salvatore - tot haar dertiende heeft gekend, gaat met haar partner Robbert graag mee naar Sicilië en ze hopen dat ook hun kinderen, de vierde generatie, in de toekomst diezelfde liefde voor het eiland zullen voelen en deze traditie voortzet.
Op de foto achter de tafel v.l.n.r.: René Ederzeel, zijn dochter Felicia Ederzeel, haar moeder Mariëlla Carnemolla Ballotta en Felicia’s partner Robbert Koster. Op de bank voor de tafel de kinderen van Felicia en Robbert ,hun dochter Giulia en zoon Gio. De zwartwit foto rechts op tafel: Rika van Soelen en Salvatore Carnemolla Ballotta.